Vergeten Voetbalclub DWS


Voetbal in de crisisjaren - de vergeten voetbalvereniging DWS


Artikel over de vergeten voetbalclub gepubliceerd in 2011 in een magazine over het leven in Schoonhoven.

Kinderen spelen graag buiten, ze doen dit op straat, op een speelveld of op andere plaatsen. Tot ongeveer vijftig jaar geleden kon dit nog in Schoonhoven. Een conservenblik was de voetbal en een hoopje jassen diende als doelpaal. De teams werden samengesteld door eerst te “poten”, waarna de teamcaptains om beurten een keuze maakte uit de potentiële deelnemers. Wie als laatste werd gekozen wist dat hij niet tot de sterspelers behoorde, maar was minstens zo fanatiek als de favoriet van de buurt. 

Het gevolg was vaak wel een kapotte klomp of afgetrapte schoenen met kale neuzen .Soms groeiden die onderlinge partijtjes uit tot ware competities. In de crisistijd van de jaren dertig was er in Schoonhoven zo’n plaatselijke competitie. Minstens drie jongensclubs streden met elkaar om een taart van Bakker Bezemer. Ze hadden zelfs een naam en een clubembleem. De naam was ontleend aan de Amsterdamse eersteklasser Door Wilskracht Sterk, kortweg DWS, die in 1934 streed om het landskampioenschap.

Zover heeft het Schoonhovense DWS het nooit geschopt. Een kasboekje bestrijkt de periode van 1933, het jaar waarin de club werd opgericht, tot 1937. Het waren voornamelijk jongens die in of bij wat men toen “De Woningbouw” noemde, woonden. Dit is het gebied rond de Olivier van Noortstraat en het Olivier van Noortplein. 
Veld bij de watertoren waar jaren werd gevoetbald, en nu nog steeds

                     Het veld bij de watertoren werd  gebruikt als voetbalveld door DWS. Nu nog steeds is het een geliefde plak waar velen van ons hebben gevoetbald.

Van de eerste leden leeft niemand meer. Het waren jongens die net de lagere school achter de rug hadden. Een aantal bezocht de vakschool en we zien hen later terug op de loonlijsten van de diverse zilverfabrikanten. Interessanter is de laatste ledenlijst uit 1936. Hierop staan namen van jongens die nu nog leven. Eén ervan is Arie de Bruin. Hij is nu ver in de tachtig, maar als hem wordt gevraagd naar de jongensclub DWS, begint zijn gezicht te stralen. Met een ondeugende blik in de ogen geeft hij een verklaring van het grote aantal ballen dat in één jaar werd gekocht en vaak ook weer werd doorverkocht. Het had alles te maken met de vrouw die in de winkel stond. Zij bood de jongens die een bal kwamen kopen een diepe inkijk in haar blouse als zij bukte om een bal te pakken. Dit was voldoende reden voor deze blagen om steeds weer een nieuwe bal aan te schaffen. De contributie was niet hoog, gemiddeld 2 cent in de week. 

Behalve ballen werd daarvan onder andere een ruit betaald die sneuvelde, veergeld als er in Nieuwpoort of Groot Ammers werd gevoetbald, fruit en limonade na afloop en natuurlijk ook de scheidsrechter. Zijn vergoeding was 5 cent. De thuiswedstrijden waren op een terrein achter de gasfabriek aan de oranjesingel. Dit was een stuk gedempte stadsgracht waar nu huizen staan die eind jaren veertig zijn gebouwd. Voor er gespeeld kon worden, werd de grond aangestampt en een touw gespannen tussen de bomen langs de singel om het publiek op een afstand te houden. 

Op de laatste ledenlijst uit het kasboekje staat ook de naam van Huib van Putten. Hij was toen elf jaar en zou uitgroeien tot de sterspeler van de voetbalclub Schoonhoven. Wat in de jaren vijftig Abe Lenstra was voor Heerenveen en het Nederlands elftal, was in die tijd Huib van Putten voor Sportclub Schoonhoven. Zijn specialiteit was het geven van messcherpe voorzetten. Bovendien scoorde hij vaak wel drie of vier doelpunten per wedstrijd. 

               

Delen

voeg je eigen gadgets toe aan deze pagina!